De deontologische regelen van de Nederlandse Orde van Advocaten bij de balie te Brussel bepalen volgende wijzen van behandeling van ereloongeschillen.
1. Het niet-bindend advies
Zowel de advocaat als de cliënt kunnen schriftelijk aan de Stafhouder vragen dat door een lid van de raad van de Orde een advies wordt uitgebracht over een ereloonstaat. Dit advies bindt de partijen niet en is niet vertrouwelijk.
2. Taxatie op tegenspraak
Partijen kunnen hetzij op eigen initiatief hetzij op uitnodiging van de Stafhouder beroep doen op een taxatie op tegenspraak. De Stafhouder duidt een gewezen lid van de raad van de Orde aan als taxateur. De taxateur nodigt de partijen uit hun opmerkingen schriftelijk en op tegenspraak te laten gelden. Het gegeven advies is wel gemotiveerd doch niet bindend en niet vertrouwelijk. Indien één van de partijen het advies niet volgt dan kan de zaak enkel nog voor de rechtbank aanhangig worden gemaakt. Vermits het advies niet vertrouwelijk is mag uiteraard dit advies in de rechtspleging worden overgelegd. De taxateur deelt de taxatiebeslissing mee aan de Stafhouder.
3. Bemiddeling
De Stafhouder kan een verzoener of erkend advocaat-bemiddelaar aanstellen in een ereloongeschil nadat de partijen elk de helft van de aan deze aanstelling verbonden administratieve kosten op een rekening van de Orde hebben overgemaakt. De bemiddelaar moet zijn opdracht binnen twee maanden uitvoeren hetzij door middel van een akkoord hetzij door middel van een PV waarin wordt vastgesteld dat de bemiddelingspoging is mislukt. De bemiddelaar bevestigt aan de Stafhouder binnen de periode van twee maanden of zijn opdracht al dan niet is geslaagd.
4. Arbitrage
Is geen minnelijke regeling mogelijk dan kunnen ereloongeschillen worden voorgelegd aan de gewone rechter of worden beslecht door arbitrage. Voor arbitrage dient de openstaande ereloonvordering ten minste 2.000€ te bedragen. Bij arbitrage wordt voorafgaandelijk een overeenkomst ondertekend door de betrokken advocaat en de partij waarvan een derde exemplaar aan de Stafhouder wordt voorgelegd. De Stafhouder kiest één scheidsrechter of meerdere scheidsrechters. De Stafhouder kan de aanduiding van één of drie scheidsrechters afhankelijk maken van het vooraf consigneren van een geldsom op de arbitragerekening van de Orde. De Stafhouder bepaalt het bedrag van deze geldsom en eventueel het deel dat elk van de betrokken partijen moet storten. De Stafhouder stelt tevens het bedrag vast dat vooraf moet betaald worden als voorschot op de kosten van de arbitragerechtspleging en hij wijst tevens de partij aan die dit bedrag vooraf dient te betalen. Het huidig tarief van de kosten is als volgt: 62,5 € basistarief 125 € procedures boven 5.000 € 187,5 € procedures boven 12.500 € 250 € procedures boven 25.000 € De arbitrageovereenkomst voorziet tevens dat partijen worden opgeroepen bij aangetekende brief op de zitting bepaald door de scheidrechter of de voorzitter van het scheidsrechterlijk college. Partijen kunnen zich laten bijstaan door een advocaat. De rechtspleging geschiedt in principe mondeling. Indien een partij niet verschijnt wordt de zaak bij verstek behandeld op de vastgestelde zitting. De scheidsrechter doet uitspraak binnen drie maanden na het sluiten van de debatten. Deze termijn kan evenwel door de Stafhouder worden verlengd. Belangrijk is dat een scheidsrechterlijke beslissing in laatste aanleg wordt gewezen. De beslissing wordt bij aangetekende brief aan de partijen betekend. Er loopt evenwel vanaf de betekening een termijn drie maanden voor het eventueel vorderen van de vernietiging van de beslissing. De beslissing wordt meegedeeld aan de Stafhouder en in origineel bewaard op het secretariaat van de Orde. Is de Stafhouder van oordeel dat aan de betrokken advocaat een tuchtsanctie moet worden opgelegd dan maakt de Stafhouder de zaak aanhangig bij de Raad van de Orde.
5. Ereloonadviezen op verzoek van de rechtbank
Het gebeurt regelmatig dat de rechtbank waar een ereloonbetwisting aanhangig is het advies vraagt van de Raad van de Orde. In dat geval stelt de Stafhouder uit de leden of oud-leden van de Raad een verslaggever aan die, na partijen te hebben gehoord, voor de Raad verslag zal uitbrengen. Het advies wordt opgesteld in de taal van de rechtspleging voor de betrokken rechtsmacht en wordt aan de rechtbank en aan de partijen meegedeeld. Het blijft evenwel slechts een advies en is uiteraard niet bindend voor partijen nog voor de rechtbank.
6.Verzoeningskamer voor ereloongeschillen (art.91 Codex)
Er wordt een "verzoeningskamer ereloongeschillen" opgericht, bestaande uit twee oud- leden van de Raad van de Orde en plaatsvervangers, eveneens oud-leden van de Raad van de Orde. De verzoeningskamer is bevoegd om te verzoenen in ereloongeschillen. Wanneer de staat van kosten en erelonen van een advocaat wordt betwist, roept de Stafhouder, indien hij van oordeel is dat een verzoening mogelijk is, de advocaat en zijn cliënt op om samen te verschijnen voor de verzoeningskamer. Een opgeroepen advocaat mag niet weigeren te verschijnen. Wordt een akkoord bereikt, dan stelt de verzoeningskamer een overeenkomst op tot slot van alle rekeningen, die door beide partijen wordt ondertekend. Wordt geen akkoord bereikt, dan wordt een proces-verbaal van niet-verzoening opgesteld. Elke partij kan op aanvraag afschrift van het proces-verbaal afgeleverd krijgen. Indien de verzoeningskamer van oordeel is dat het aangerekend ereloon kennelijk niet werd begroot met de in art. 459 G.W. vereiste billijke gematigdheid, licht zij de Stafhouder daarover in. Indien een minnelijke regeling niet mogelijk blijkt, wordt de beslechting van het geschil bij voorkeur onderworpen aan een scheidsgerecht zoals hierna sub 3.1. wordt geregeld. Blijkt arbitrage niet mogelijk, dan kan het geschil gebracht worden voor de gewone rechtsmachten.
(Toegevoegd door de Raad van de Orde in vergadering van 23 juni 2003)
Balie Brussel
Ik zoek een advocaat
Naar boven